Home » Artikelen (Page 2)

Category Archives: Artikelen

Categorieën

Archief

‘Te veel brandweerman en te weinig architect’

Pierre Lardinois, lid van de Europese Commissie (1973-1977)

EurocommissarissenOp 1 januari 1973 begon Pierre Lardinois, daarvoor minister van Landbouw en Visserij in de kabinetten-De Jong en -Biesheuvel, aan de welhaast onmogelijke taak om Sicco Mansholt als eurocommissaris op te volgen. Zijn taak was het om de neveneffecten van het succes van diens beleid, zoals de zuiveloverschotten, terug te dringen. Ook moest hij bij voortduring het gevecht aangaan met deministers van Landbouw van de lidstaten,waaronder de latere president van Frankrijk Jacques Chirac, die met steunmaatregelen de nationale boerenbelangen verdedigde. Bij zijn afscheid eind 1976 beklaagde hij zich erover dat hij snakte naar een functie waarin hij de tijd zou krijgen om goed geïnformeerd beslissingen te nemen. ‘In de politiek kon ik het lang niet allemaal bijhouden.’ In zijn functie van landbouwcommissaris voelde hij zich te veel brandweerman en te weinig architect. Zijn
aankondiging dat hij zijn Europese topfunctie per 1 januari 1977 zou inruilen voor die van directievoorzitter van de Rabobank, riep nogal wat reacties op, omdat hij werd gezien als een van de weinigen die de enorme problemen in de Europese landbouw zouden kunnen aanpakken. Wat echter niet velen wisten was dat zijn overstap naar de bank al in het voorjaar van 1974 was beklonken.

Lees het [PDF] van dit artikel.

Mari Smits, ‘”Te veel brandweerman en te weinig architect”. Pierre Lardinois, lid van de Europese Commissie (1973-1977)’ in: G. Voerman, B. van den Braak en C. van Baalen (red.), De Nederlandse eurocommissarissen (Amsterdam: Boom 2010), pp. 145-174.

“Op nieuw land een nieuwe maatschappij”

Verzuiling en ontzuiling bij de landbouworganisaties in Flevoland 1942-1995

Mari Smits en Rolf van der Woude

Cahier CSB 7Toen pioniers de in 1942 langzaam maar zeker droogvallende Noordoostpolder ontgonnen, waren zij zich er van bewust niet alleen ie werken voor een nieuw bestaan, maar ook aan een nieuwe samenleving. En men had idealen. Het ‘Nieuwe Land’ zou anders en beter worden dan het ‘Oude Land’.
De bevolking is hier anders opgegroeid dan op het oude land. in de jaren van samenwerking hebben we elkaar leren waarderen en begrijpen. De wil voor samenwerking is aanwezig. Alles wordt hier opnieuw opgebouwd. Men kan het vormen van groepen en seheidingen voorkomen’, meende landbouwvoorman W.G. de Feijter in 1946.
De nieuwe polderbewoners waren nuchter genoeg om in te zien dat zij veel van de structuren, organisatievormen en instanties van het oude land zouden moeten overnemen en aan een aantal waren zij ook zeer gehecht. Maar ‘zich bewust, dat in de Noordoostpolder een jonge levens- en werkgemeenschap zich geleidelijk en liefst harmonisch moet vormen’, was men van oordeel dat ‘de eendracht en samenwerking van alle richtingen voorop ZOI.l moeten stalln’.’ Was dit ideaalvan eendracht, harmonie en samenwerking haalbaar? Het antwoord ligt voor een niet gering deel besloten in de manier waarop polderbewoners omgingen met modernisering en de daarin besloten processen van verzuiling en ontzuiling. Dit artikel wil dat perspectief op drie belangrijke momenten schetsen in de geschiedenis van Flevoland, waarbij de nadruk ligt op de land- en tuinbouworganisaties.

Lees het [PDF] van dit artikel.

Mari Smits en Rolf van der Woude, ‘”Op nieuw land een nieuwe maatschappij”. Verzuiling bij de landbouworganisaties in Flevoland 1942-1995’ in: Geïnspireerde organisaties. Cahier over de geschiedenis van de christelijk-sociale beweging, no. 7 (2007), pp. 45-69.

 

Welbegrepen eigenbelang of beginsel?

Katholieke boerenbonden en hun coöperaties

Cahier CSB 6De naam van de eerste Nederlandse landbouwcooperatie, de aankoopcooperatie ‘Welbegrepen eigenbelang’, opgericht in het Zeeuws-Vlaamse Aardenburg in 1817, geeft aan wat de initiatiefnemers vooral voor ogen stond. Door samen te werken trachtte men bij leveranciers een prijsvoordeel te bedingen die men als individuele klant bij de aankoop van kleine hoeveelheden nooit had gekregen. Dit streven naar gezamenlijk voordeel werd de basis van het succes van de cooperatieve beweging in de Nederlandse landbouw tot op de dag van vandaag. Toch heeft niet overal een direct economisch belang aan de wieg gestaan van cooperaties.

vanaf 1896 werden door de katholieke bocrenbonden eigen cooperaties opgericht. Deze cooperaties maakten deel uit van een katholiek boerenbondsnetwerk, waarbij katholieke opvattingen over de plaats van economische instellingen binnen de agrarische belangenbehartiging een centrale rol speelden. In deze bijdrage wil ik niet zozeer stilstaan bij de ontwikkeling van de katholieke landbouwcooperaties, maar vooral nagaan welke rol zij gespeeld hebben in de geschiedenis van de katholieke boerenbonden – waarmee ik doel op de Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond en zijn gewestelijke organisaties ABTB, LLTB, LTB en NCB en hun voorgangers en omgekeerd. Vooral de verschuivingen in opvattingen over de plaats van cooperaties in het katholiek organisatiemodel krijgt ruime aandacht.

Lees het [PDF] van dit artikel.

Mari Smits, ‘Welbegrepen eigenbelang of beginsel? Katholieke boerenbonden en hun coöperaties’ in: Niet voor het gewin. Cahier over de geschiedenis van de christelijk-sociale beweging, no. 6 (2005), pp. 53-67.

Farmers under Pressure

Recent emigration of Dutch Farmers

Bol og ByOp 21 september 2001 hield ik op uitnodiging van de Deense Vereniging voor Landbouwgeschiedenis (Landbohistorisk Selskab) in Tisvildeleje, 60 kilometer ten noorden van Kopenhagen, een lezing over de recente emigratie van Nederlandse boeren. Aanleiding voor de uitnodiging was een recente studie van twee Deense onderzoekers, die studie hadden gedaan over de integratie van de vele Nederlandse boeren die zich in de jaren negentig in Denemarken (met name in het zuidwesten van Jutland) hadden gevestigd en een modern landbouwbedrijf hadden opgebouwd. Mijn bijdrage werd een jaar later gepubliceerd in het Deense landbouwhistorische tijdschrift Bol og By.

Lees het [PDF] van dit artikel.

‘Farmers under pressure. Recent emigration of Dutch farmers’ in: Bol og By. Landbohistorisk Tidsskrift (Denemarken) (2002), nr. 1, p. 65-74.

 

‘God, huisgezin en eigendom’

De transformatie van de Nederlandsche Boerenbond van een
christelijke naar een katholieke organisatie (1896-1920)

‘Eén christelijke Boerenbond van katholieken en protestanten! Wie het heeft uitgedacht, weet ik niet. Het doet ook niets
ter zake. Maar het is een mislukking gebleken. Het Christendom boven geloofsverdeeldheid is ook in den Boerenbond uitgeloopen op wegdoezeling van alle geloof.’ Met deze woorden trachtte geestelijk adviseur H.A.P.C. van der Waarden de katholieke boeren en tuinders, die voorheen lid waren van de christelijke provinciale boerenbonden in het aartsbisdom (de Geldersche, de Overijsselsche en de Stichtsche Boerenbond), over te halen zich aan te sluiten bij de op 23 augustus 1917 opgerichte Aartsdiocesane R. K. Boeren- en Tuindersbond (ABTB). Het samengaan van katholieken en protestanten in één bond zou volgens Van der Waarden tot gevolg hebben gehad dat de katholieke boeren niet geleerd was het geloof toe te passen op het maatschappelijke leven, “en zijn heilzamen invloed ook daarin tot zijn recht te laten komen.” Voortaan zouden de katholieke boeren georganiseerd worden in parochiële afdelingen, waarbij de pastoor of kapelaan als geestelijk adviseur een prominente rol zou spelen.

Lees meer in het [PDF]

Mari Smits,  ‘”God, huisgezin en eigendom”. De transformatie van de Nederlandsche Boerenbond van een
christelijke naar een katholieke organisatie (1896-1920)’, in: Trajecta 3(1994), no. 3, pp. 233-251.

‘Door federatieve aaneensluiting’

Ontstaan en ontwikkeling van de Nederlandsche Boerenbond
gedurende de eerste vijfentwintig jaren, 1896-1921

Jaarboek KDCIn 1996 vierde de Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond (KNBTB) zijn honderdste verjaardag. Met het oog op het naderende eeuwfeest startte Katholiek Documentatie Centrum (KDC) in 1991 met een onderzoeksproject met als doel de geschiedenis van de KNBTB vast te leggen in een jubileumboek vast te leggen. Als eerste uitvloeisel van dit project, dat door mij werd uitgevoerd, verscheen in het Jaarboek van het KDC van 1992 een artikel over de vroegste geschiedenis van de bond, toen nog Nederlandsche Boerenbond geheten.

Lees het [PDF] van dit artikel.

Mari Smits, ‘”Door federatieve aaneensluiting”. Ontstaan en ontwikkeling van de Nederlandsche Boerenbond gedurende de eerste vijfentwintig jaren, 1896-1921’, in: Jaarboek van het Katholiek Documentatie Centrum 22(1992), pp. 7-29.