Home » biografieën » Pierre Lardinois

Categorieën

Archieven

Pierre Lardinois

Peter Bootsma, Pierre Lardinois. Een leven voor de landbouw (Boom; Amsterdam 2020) ISBN 9789024432028, 320 p, prijs: € 24,90.

‘Dominant, veeleisend én tegelijk uiterst aimabel’
Biografiëen kunnen op uiteenlopende manieren tot stand komen. In sommige gevallen slaagt een onderzoeksinstelling erin fondsen aan te boren waarvoor een onderzoeker kan worden aangesteld. In andere gevallen boort de auteur zelf fondsen aan of – indien hij of zij al gepensioneerd is – gaat hij/zij op eigen initiatief aan de slag. Gevallen waarin de kinderen van de beschreven persoon het initiatief nemen voor het laten schrijven van een biografie zijn echter zeldzaam. Dit gebeurde met de biografie van Pierre Lardinois, een man met een indrukwekkende loopbaan in de landbouw, van minister, eurocommissaris tot topman van de Rabobank. De vijf kinderen van hem wilden een herinnering achterlaten aan hun vader en verleenden Peter Bootsma de opdracht tot het schrijven van de biografie. Hij kreeg daarbij de volledige vrijheid om op te schrijven wat hij wilde. Om eventuele onenigheden weg te nemen tussen de opdrachtgevers en de auteur werd de voortgang bewaakt door een begeleidingscommissie.

Conform de afspraken met de familie werd het boek niet louter een beschrijving van de betekenis van Lardinois voor de naoorlogse landbouwpolitiek, maar werd nadrukkelijk getracht een relatie te leggen tussen leven en werk. Naast veel aandacht voor zijn loopbaan wordt in het boek uitvoerig stilgestaan bij de jeugdjaren en bij wat er achter de voordeur afspeelde binnen het gezin van Lardinois. In de eerste drie hoofdstukken staan zijn vormingsjaren centraal: zijn jeugd in het Zuid-Limburgse Noorbeek, de kostschooljaren in Rolduc, de tewerkstelling in arbeidskampen in Duitsland en zijn studietijd in Wageningen. Pierre Lardinois was niet bepaald een brave leerling. Af en toe piepte hij er met enkele medeleerlingen tussenuit, maar hij werd nooit van school verwijderd. Zijn school- en later zijn studieresultaten waren vrij gemiddeld. Dankzij bewaard gebleven brieven en het dagboek van zijn studievriend (en latere collega) Fons Crijns is vooral het hoofdstuk over de Arbeitseinsatz in Duitsland goed geslaagd. In de ogen van Bootsma werd hier de basis gelegd voor het grote belang dat Lardinois altijd hechtte aan Europese samenwerking.

Vanaf het vierde hoofdstuk ligt de nadruk vooral op de loopbaan van Lardinois. Zijn jaren als landbouwconsulent in Noord-Brabant waren gelukkige jaren. Hierin leverde hij een belangrijke impuls aan de modernisering van de landbouw en leerde hij mensen kennen die van groot belang werden voor zijn verdere loopbaan. Zijn jaren als landbouwattaché in Londen (1960-1963) waren minder geslaagd; een dienende rol lag hem duidelijk minder. Zijn entree in de politiek beviel hem beter. Via lobbywerk binnen de KVP wist hij te bereiken dat hij tevens lid werd van het Europees Parlement. Zowel in de Tweede Kamer als in Brussel en Straatsburg maakte hij zich sterk voor meer EEG en meer bevoegdheden voor het Europees Parlement. Als rapporteur voor de landbouwcommissie van het Europarlement moest hij vaststellen dat nationale belangen vaak overheersten.

Na de Tweede Kamerverkiezingen van 1967 werd Lardinois geroepen tot het ministerschap. Dit was de functie waarin hij het meeste kon betekenen voor ‘zijn’ boeren. Aan de hand van drie casestudies laat Bootsma zien hoe hij als minister opereerde om voor de Nederlandse boeren en tuinders het meeste uit de wacht te slepen. Lardinois las nauwelijks stukken; hij ging liever af op zijn eigen intuïtie en gesprekken met zijn ambtenaren. Vooral zijn telefoontjes – vaak ook in het weekend – waren berucht. Bovendien onderhield hij warme banden met vertegenwoordigers van de landbouworganisaties. Aan het einde van hoofdstuk 6 staat Bootsma stil bij het kortstondige ministerschap van Tiemen Brouwer in 1973, een zwakke minister die door gezondheidsproblemen niet in staat was te functioneren. Een interessante passage, maar een niet thuishoort in deze biografie.

In 1973 werd Lardinois lid van de Europese Commissie en trad hij als landbouwcommissaris in de voetsporen van Mansholt. De Britten, net lid geworden van de EG, herinnerden zich nog goed hoe hij als minister een visserijreglement tot stand had gebracht waardoor de Nederlandse vissers tot op de Britse kusten konden gaan opereren. Ook al waren de mogelijkheden in Brussel beperkter, ook hier lukte om soms wat te regelen, zoals een ruimer pensioen voor Max Kohnstamm. Binnen het Europees landbouwbeleid waren de marges beperkt. Door de monetaire problemen ging het meer om het overeind houden van het bestaande beleid dan om het verder uitbouwen ervan. Hij voelde zich meer brandweerman dan een architect. Na vier jaar Brussel begon Lardinois aan zijn laatste functie als directievoorzitter van de Rabobank. Ook die functie vervulde hij op een onconventionele wijze. Zijn belangrijkste verdienste is volgens Bootsma dat hij een slapende reus heeft wakker gekust. De bank kreeg zelfvertrouwen en zette onder zijn bewind zijn eerste schreden op de internationale markt.

Verder besteedt Peter Bootsma veel aandacht aan de privé-omstandigheden. Hoewel Lardinois in interviews weinig van zichzelf heeft blootgegeven, komt hij naar voren als een man met conservatieve opvattingen die nadrukkelijk het hoofd van zijn gezin was. Taboedoorbrekende TV-programma’s, zoals de Barend Servetshow, kon hij absoluut niet waarderen en het feit dat zijn oudste dochter een relatie had met een oudere getrouwde man leidde enkele jaren tot een verwijdering tussen vader en dochter. Zijn vrouw Maria schikte zich in haar rol als moeder van het gezin, maar had steeds meer moeite met verhuizen. Zij slaagde er steeds minder in om zichzelf op de been te houden. In het grote lege huis in Den Dolder ging Maria steeds meer drinken. Opname in een ontwenningskliniek hielp maar tijdelijk en Pierre en zijn kinderen konden weinig anders doen dan om haar in de gaten te houden. Op de 21e verjaardag van de jongste zoon ging het mis. Toen Lardinois door zijn chauffeur werd thuisgebracht trof deze haar met kleren aan in het zwembad. Die avond overleed ze in het ziekenhuis. Lardinois werd in de wachtkamer getroffen door een hartaanval. Na dit tragische intermezzo volgen nog 18 pagina’s die in het teken staan van zijn laatste jaren: het afscheid van de Rabobank, de verzorging thuis door zuster Laeta en de strijd tegen darmkanker.

De waarde van de biografie zit hem minder in de beschrijving van de loopbaan van Pierre Lardinois, die reeds in grote lijnen bekend was, maar meer in de uitvoerige schets van zijn privéleven. Minister Gerrit Braks noemde hem tijdens de uitvaart dominant en veeleisend, maar wees ook op zijn charme. De biografie gaat over iemand die weliswaar een succesvolle carrière had doorlopen, maar onderweg onvoldoende oog had voor de weerslag hiervan op het thuisfront. Met dank aan de kinderen van Lardinois werd het een openhartig boek met ruime aandacht voor de keerzijde van het succes.

Verschenen in het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2021

 


Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.