Home » Recensies » Kleine luyden

Categorieën

Archief

Kleine luyden

Kleine-luyden-in-ontwikkelingThijs, G. D., Kleine luyden in ontwikkeling. De Vrije Universiteit en de Derde Wereld 1955-2005 (Historische reeks VU VII; Zoetermeer: Meinema, 2005, 362 blz., €27,50, ISBN 90 211 4086 1).

Het 125-jarig bestaan van de Vrije Universiteit in 2005 werd herdacht door de verschijning van diverse publicaties over de universiteit als zodanig (van de hand van A. Th van Deursen) en over faculteiten en studierichtingen. Kleine luyden in ontwikkeling herdenkt een ander feit, namelijk het feit dat de VU in 2005 zich reeds vijftig jaar betrokken voelt bij de Derde Wereld en die betrokkenheid tot uitdrukking komt in het initiëren en uitvoeren van ontwikkelingsprojecten. Waarom Thijs zijn boek in 1955 laat beginnen is niet duidelijk. Het jaartal verwijst in ieder geval niet naar een concrete gebeurtenis. Een beter beginjaar was ongetwijfeld 1958, toen prof. W. F. de Gaay Fortman tijdens het eerste corpscongres een referaat hield over ‘hulp aan minder ontwikkelde gebieden.’ In dat geval hadden we nog drie jaar op het boek moeten wachten.

Na een schets van het ontstaan van de betrokkenheid van de VU bij de Derde Wereld, waarbij het congres ‘De verre naaste’ van maart 1961 een duidelijke spin-off-functie vervulde, gaat Thijs uitvoerig in op de internationale oriëntatie van de VU rond 1960. In die tijd had de universiteit nog vrijwel uitsluitend contacten met geestverwante universiteiten, waarbij de relatie met de blanke universiteit van Potchefstroom in Zuid-Afrika vooral in het oog springt. De eerste schreden op het terrein van de ontwikkelingssamenwerking hingen nauw samen met de activiteiten van de gereformeerde zending. Vanaf 1961 werden vanuit de VU docenten uitgezonden naar twee zendingscolleges in West-Pakistan.

Het eerst echte ontwikkelingsproject betreft de opbouw van een protestantse universiteit in Kisangani (Congo). De beschrijving van het project laat zien hoe een door religieuze geestverwantschap geïnspireerd idealisme stuit op de weerbarstige Afrikaanse werkelijkheid. Alle inspanningen ten spijt werd de Université Libre du Congo in 1971 opgeheven en samengevoegd in één nationale universiteit. De VU trok zich vervolgens terug uit Congo. Met de christelijke Satya Wacana-universiteit in Indonesië slaagde de VU er wel in een langdurige relatie op te bouwen.

Vanaf de jaren zeventig was de VU betrokken bij ontwikkelingsprojecten in diverse landen. De uitvoering werd mogelijk gemaakt door overheidssubsidies uit het Programma voor Universitaire Ontwikkelingsamenwerking en opvolgers daarvan, alsmede bijdragen uit het Europees Ontwikkelingsfonds. De VU legde zich met name toe op basic science-programma’s, die erop gericht waren onvoldoende gekwalificeerde aspirant-studenten door middel van een brugcursus voor te bereiden op universitair onderwijs en nascholing van bètadocenten. Het feit dat de VU ontwikkelingssamenwerking beschouwde als integraal onderdeel van zijn maatschappelijke taak en een goede naam had opgebouwd met basic science-programma’s vertaalde zich in een opvallende koppositie bij de toewijzing van ontwikkelingsprojecten door het NUFFIC.

Aan het einde van het boek gaat Thijs uitvoerig in op de aansturing van de ontwikkelingsprojecten vanuit de VU. Lag aanvankelijk daarbij de nadruk op de faculteiten, in toenemende mate was de Dienst Ontwikkelingssamenwerking (DOS) de thuisbasis voor de uitgezonden en teruggekeerde veldwerkers. Kleine luyden in ontwikkeling is geschreven door een oudgediende wiens levensgeschiedenis verbonden is met de uitvoering van ontwikkelingsprojecten. Hoewel hij geen vakhistoricus is, is hij erin geslaagd aan de hand van archief- en literatuuronderzoek en interviews de betrokkenheid van de VU bij de internationale samenwerking te schetsen. Hoewel zijn persoonlijke betrokkenheid bij de ontwikkelingssamenwerking duidelijk naar voren komt — hij laat niet onvermeld dat zijn vrouw en een dochtertje om het leven kwamen door een verkeersongeluk in Botswana in de tijd dat hij daar werkzaam was aan de universiteit — is zijn stijl over het algemeen zakelijk. De meerwaarde van het boek is vooral de uitgebreide aandacht voor de uitvoering van ontwikkelingsprojecten. Thijs laat zien dat het succes of falen van ontwikkelingsprojecten vooral afhangt van de politieke en culturele werkelijkheid in ontwikkelingslanden en de wijze waarop Nederlandse deskundigen erin slagen hierop in te spelen.

Eerder verschenen als webrecensie bij BMGN – The Low Countries Historical Review 122, no. 3. (2007).


Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *