Home » Blog » “De Spaansche griep woedt overal en eischt vele slachtoffers”

Categorieën

Archief

Recente reacties

“De Spaansche griep woedt overal en eischt vele slachtoffers”

Aldus omschreef minister Piet Aalberse (1871-1948) op 1 november 1918 in zijn dagboek over de griepgolf die aan het eind van de Eerste Wereldoorlog rondwaarde en wereldwijd tientallen miljoenen doden kostte, waarvan circa 27.000 in Nederland. Nu het corona-virus rondwaart in de  wereld, is het interessant eens na te gaan wat eerdere epidemieën hebben nagelaten in diverse bronnen en (digitale) naslagwerken.

Militair hospitaal tijdens de Spaanse griep in Kamp Funston. Foto: Wikipedia

Anna Reynvaan

Personen die overleden zijn aan de gevolgen van de Spaanse griep treffen we nauwelijks aan in biografische naslagwerken. Enkel Anna Reynvaan (geb. 1844), een bejaarde ziekenverpleegster en oud-directrice van het Amsterdamse Buitengasthuis zou op 19 maart 1920 hieraan overleden zijn. De Japanse vrouw van de antropoloog Herman ten Kate (1858-1931) overleed in 1919 in Japan aan de griep, waarna hij terugkeerde naar Europa. Hij vond onderdak bij zijn zus in Zwitserland, maar ook zij zou in 1920 komen te overlijden. Of zij ook een griep-slachtoffer was, meldt het Biografisch Woordenboek van Nederland (BWN) niet.

Voor anderen was de Spaanse griep weliswaar niet dodelijk maar had de ziekte wel grote gevolgen. De arts Joseph Beckers (1862-1950) zag zich na 1918, nadat hij genezen was, genoodzaakt zijn praktijk te matigen. Hij kreeg het advies het rustiger aan te doen en ging zich daarom toeleggen op zijn liefhebberij: de natuur. Hij werd in Limburg een bekend natuuronderzoeker en amateur-archeoloog. De moeder van de jurist Hugo en de politicus Ivo Samkalden Debora de Beer herstelde geestelijk niet meer van de Spaanse griep. Vanaf 1918 was zij opgenomen in psychiatrische inrichtingen, alwaar zij in 1927 overleed.

Het bekendste dodelijke griepgeval in het BWN is zonder meer de minister van Waterstaat in het tweede kabinet-Colijn Jacob Kalff. Hij overleed in januari 1935 aan de gevolgen van een griep met longontsteking.

Piet Aalberse

De katholieke politicus Piet Aalberse was als minister van Arbeid in het eerste twee kabinetten-Ruijs de Beerenbrouck (1918-1925) vooral beleidsmatig betrokken bij de Spaanse griep. Op 1 november 1918 schreef hij in zijn dagboek over de opvang van Franse en Belgische militairen. Opname van nog meer militairen zou een groot gevaar kunnen zijn voor de volksgezondheid. “De toestand is toch al slecht: de Spaansche griep woedt overal en eischt vele slachtoffers. Ook typhus en roodvonk breiden zich uit.” Met Frankrijk moest onderhandeld worden om de vluchtelingen zo spoedig mogelijk te kunnen afvoeren. Vijf dagen later had Aalberse een onderhoud met enkele medici, die hem met het oog op de griep adviseerden het broodrantsoen te verhogen. De ministerraad ging hiermee direct akkoord. In 1920 besloot hij het overkomen van Oostenrijkse en Hongaarse kinderen stop te zetten en daarvoor in de plaats levensmiddelen naar die landen te sturen. Aalberse: “In Haarlem heb ik honderd Hongaarsche kinderen in een school moeten opsluiten: ze hadden zes dagen en nachten in de trein gezeten; bij aankomst bleken er drie aan roodvonk te lijden; thans hebben vijftig al deze ziekte. Ook andere ziekten komen voor. Vooral ook nu de Spaansche griep in ons land weer sterk toeneemt, zijn we niet verantwoord al deze kinderen bij duizenden in ons land te laten komen.” (dagboekaantekening 5 maart 1920).

Zelf werd Aalberse in januari 1922 getroffen door de griep. Op 19 januari schreef hij in zij dagboek: “k Ben weer niet lekker. Gisterenochtend stond ik op met wat keelpijn. Den geheelen dag moest ik veel praten. (…) Ik kwam doodmoe van ’t hoesten thuis. Mijn geheele borst en rug deden pijn. Vandaag ben ik er in gebleven. ’t Is al beter, maar ik heb nu  ook zoo goed als niet gepraat. Ik hoop dat ’t geen griep is. Ik ben vreeselijk bang voor longontsteking. Ik heb altijd ’t idee gehad dat dáár mijn eindje lag. Gelukkig heeft de heerschende griepepidemie nogal een goedaardig karakter. Maar ’t is wel zonderling dat zij weer over geheel Europa heerscht. Aalberse was niet de enige. Ook zijn Duitse huishoudster werd ziek en op zijn departement was maar liefst 20 procent van de ambtenaren afwezig.

Van inenten was in die tijd nog geen sprake. Toen Aalberse in februari 1939 opnieuw door de griep werd gevloerd schreef zijn arts hem kinine voor en tabletten met vitamine C. Uitzieken was vooralsnog de enige remedie.

Bronnen:
Biografisch Woordenboek van NederlandIn druk verschenen in 6 delen tussen 1979 en 2008.
Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. In druk verschenen als 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis (2013) en 1001 vrouwen in de 20ste eeuw (2018).
Dagboeken van P.J.M. Aalberse, 1902-1947. Uitgegeven door J.P. de Valk en A.C.M. Kappelhof (2006).


1 reactie

  1. Het blijkt dat waar ik tot nu toe naar op zoek was in dit artikel, ik ben erg blij om verschillende artikelen op dit blog te vinden, ik ben geïnteresseerd in je zin hierboven, naar mijn mening erg opbouwend, waarom? omdat je het schreef in een taal die makkelijk te begrijpen is .. leuk artikel. bedankt voor het delen van dit. ik vind je blog leuk

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.